Wimpergecko

Nederlandse naam: wimpergecko Latijnse naam: Rhacodactylus Ciliatus Herkomst: Pacifisch gebied Nieuw Caledonië Habitat: Matig subtropische en vochtige omgeving met volop vegetatie en schuilplaatsen.

De wimpergecko is al enige tijd een gewaardeerde terrariumgast , maar mag zich in de afgelopen jaren op nóg meer populariteit verheugen , mede vanwege de kleurslagen die regelmatiger verkocht worden. Het zijn omnivore dieren die dus niet alleen insecten en kleine(re) soortgenoten eten , maar ook bloemen , planten en fruit. Ze komen alleen voor op Nieuw Caledonië en zijn gewend aan het matig subtropisch klimaat waarbij de temperatuur zelden anders is dan tussen de 21 -25 C. De vegetatie op dit Oceanische eiland bestaat uit dichtbegroeide bossen , savanne's met grasland en laaggewassen. Nadat eerder werd aangenomen dat deze diersoort was uitgestorven , werden ze in 1994 herontdekt en kwamen ze zelfs op meerdere kleine eilandjes voor rond Nieuw Caledonië. Voor natuurlijke vijanden heeft de Rhacodactylus weinig te vrezen , want ze staan zélf bovenaan de voedselketen. Slechts mijnbouw en ontginning van de bossen vormt een bedreiging , waardoor de populatie al schrikbarend is afgenomen en er gevreesd moet worden voor uitsterven van de soort... Enkele byzonderheden van de wimpergecko zijn ; ze hebben vaste oogleden -ze knipperen dus niet- , daarnaast trekken deze gecko's mee met regenbuien/gebieden , waardoor ze tot de nomadische soorten behoren. Jongere dieren wennen snel aan het gebruik van een voerbak , waardoor het aantrekkelijker wordt om op gezette tijden naar deze bak te komen. Bijkomend voordeel is dat er niet door het hele terrarium voedseldieren hoeven te zwerven. Ook eten jonge dieren liever insecten dan bloemen ,planten en fruit. Pas op latere leeftijd ontstaat er behoefte aan deze laatsten. Het is wél heel belangrijk om over alle soorten voedsel calcium te strooien , gezien de hoge calciumbehoefte. Ook andere supplementen zoals vitamine's en sporenelementen mogen niet vergeten worden.

"Wimpers" (zoals ze liefkozend worden genoemd) zijn erg gevoelig voor overvoeren en mogen dan ook niet té vaak worden gevoerd , zelfs de jongere dieren niet. Aanbevolen wordt om niet vaker dan 2 - 4 x per week te voeren. Omdat ze ook een hoge waterbehoefte hebben is het belangrijk om naast een vaste waterbassin ook regelmatig te sproeien. Bij jonge dieren moet er op gelet worden dat het waterbassin niet te diep is ,aangezien ze makkelijk verdrinken.

Jonge dieren kunnen ook in relatief kleine terrariums gehouden worden van 25x25x25 , maar voor oudere dieren is een afmeting van 50x50x50 (voor een koppel) echt wel noodzakelijk. Uiteraard geldt hierbij dat iets grotere maten ook béter zijn! De verlichting dient te worden aangepast aangezien de warmtebehoefte nét aan boven kamertemperatuur uitkomt ; 23 á 24 C is al prima. Dit is meestal wel te bereiken met een spaarlamp , waarbij opgemerkt kan worden dat u dan ook een UV-B spaarlamp mag gebruiken. De wimpers zijn avondactief en hebben geen hoge UV-B behoefte , maar waarderen een lichtbron vaak wél. Als er eieren gelegd worden , kunnen deze vaak het beste in een apart bakje in het terrarium bij de ouders worden geplaatst waardoor de temperatuur gewoon afdoende is. Ze komen dan na ongeveer 2,5 maanden uit. Een hogere temperatuur zal het uitkomen van de eieren bespoedigen , maar meestal gaat dit ten koste van de afweer van de diertjes en ook zijn ze vaak wat kleiner. Omdat ook deze hele jonge dieren een hoge waterbehoefte hebben , is het aan te raden om dagenlijks te sproeien in één bepaalde hoek , waardoor het instinkt om water te zoeken/vinden wordt bevorderd. Gelukkig wordt er in de terrariumwereld momenteel voldoende nakweek verwacht om de groeiende vraag naar deze dieren bij te kunnen benen. Op beurzen worden ze steeds vaker aangeboden , hoewel de prijzen momenteel nog vrij hoog liggen.

Bron : Reptielenopvang