Slakkenskink
Nederlandse naam: Slakkenskink. Latijnse naam: Hemisphaeridon gerrardi. Herkomst: Grote delen van Australié. Habitat: Vochtige tropische bosrijke omgeving.

De slakkenskink lijkt enorm op de blauwtongskink, echter is kleiner en slanker. Voorheen dacht men dat er een direkte relatie tussen de twee soorten was, maar dit is onwaar gebleken. De verschijning van de slakkenskink is echter vrijwel gelijk aan de blauwtongen; met een zilver/grijze basiskleur en rood/bruine tot zwarte tekening, een langwerpig lichaam met een stompe kop en een lengte tot ongeveer 40 cm. De slakkenskink heeft een hogere uv behoefte en een hogere behoefte aan luchtvochtigheid.

Omdat de soort vaak schemeractief is, word er meestal s'avonds gejaagd, gebruikmakend van de tong als een soort gprs. In gevangenschap zullen ze zich aanpassen aan de tijdschema van de eigenaar. Het voedsel bestaat uit slakken, maar ook worden andere insecten wel gegeten. Vrouwtjes zullen na ongeveer 5 maanden dracht zo'n 12-20 jongen werpen, welke uit een eizak komen. Tijdens de draagtijd zal het vrouwtje regelmatig onder een warmtespot vertoeven, of in de natuur op een mooi plekje onder de zon, zodat de jongen voldoende warmte krijgen om te kunnen groeien. Het zijn dus eierlevendbarende dieren.

De jongen zijn pas na een 2,5 jaar geslachtsrijp en zullen dan na de winterperiode hun eigen jongen gaan werpen. Deze dieren vereisen een relatief groot terrarium en kunnen met meerdere soortgenoten bij elkaar gehouden worden, mits er maar één mannetje is. Mannen zijn territoriaal en zullen zeker gaan vechten. In het terrarium is het belangrijk om voldoende schuilplaatsen te creéeren en de luchtvochtigheid op peil te houden. Planten worden niet gegeten, maar dienen wel als hulpmiddel om te klimmen, iets dat ze graag doen!. De slakkenskink is een nieuwsgierig diertje dat snel aan mensen gewend raakt en daardoor vrij populair aan het worden is!.